|
Een interview dat werd afgenomen door een laatstejaarsstudent kinesitherapie met Olivier Beuckelaers.
Wie bent U?
Ik ben Olivier Beuckelaers, sportkinesitherapeut te Groot-Bijgaarden. Ik werk vnl. met orthopedische- , cardiopatienten en aktieve sporters. Ik ben naast kinesitherapeut ook een ex-profvoetballer bij RWDM (Brussels ). Ik was vroeger lesgever aan de Artevelde Hogeschool in de opleiding sportkiné. Op KV Mechelen heb ik gewerkt als trainer van de Uefa-juniores, als kiné en als revalidatietrainer van het eerste elftal. Ben vandaag nog altijd veel bezig met sport naast mijn andere hobby's, waaronder lezen en wijn proeven de voornaamste zijn.
Hoe bent U er toe gekomen om kinesitherapie te studeren?
In eerste instantie was ik gestart met een opleiding geschiedenis-filosofie. Dat heeft waarschijnlijk te maken met mijn latijn-griekse achtergrond in het middelbaar onderwijs. Door de sport en door een vrij ernstige kwetsuur ben ik dan in contact gekomen met de kinesitherapie. Het eerste contact heeft mij gecharmeerd, waarna ik met begonnen ben. Op dat moment leek mij dit alleszins een mooi beroep te zijn.
Hoe ziet U de rol van de kinesitherapeut in de gezondheidszorg?
De kinesitherapeut heeft zeker een rol te spelen in de gezondheidszorg en dit door middel van zijn behandelingen, die zeer nuttig kunnen zijn, alsook door preventief op te treden in het geval van slechte (werk)houdingen, biomechanische afwijkingen en vooral naar de jeugd toe. Teveel echter is de kinesitherapeut alleen maar met zichzelf en zijn patiënten begaan, en komt hij onvoldoende naar buiten om de kinesitherapie te promoten. Niet dat we publiciteit willen maken, maar de kinesitherapie, die toch een gezonde therapie is, mag wat meer gepromoot worden naar buiten uit.
Hoe evalueert U het verschil in opleidingsniveau binnen de kinesitherapie?
Ik hou er persoonlijk geen rekening mee. Ik taxeer mensen naar hun kwaliteit en niet naar hun diploma. Ik heb vroeger mensen gehad uit Leuven die een specialisatiejaar sportkine volgden, en momenteel heb ik stagiairs uit de Artevelde Hogeschool. Bij beiden heb je goede mensen, bij beiden heb je minder goede mensen. Diegenen die denken dat het studeren ophoudt op het moment dat ze hun diploma halen, zijn hopeloos ten achter. Diegene die achteraf veel bijstudeert, bijschoolt, zelf veel leest en op bezoek gaat bij anderen ( collega's, in andere landen enz. ) zal uiteindelijk een veel bredere kijk hebben op kinesitherapie. Op dat moment is het initiële diploma in mijn ogen minder belangrijk. Ik stel dus voor om te komen tot één kiné, één opleiding, en één spreekbuis naar pers en politiek toe. Zolang we dat niet doen, zie ik de kinesitherapie niet in de goede richting evolueren. Denk maar aan wat er enige jaren geleden is gebeurd met Minister Van den Broucke, waar verschillende kinevakbonden en -verenigingen naar de minister toe totaal andere eisen stelden. Het gevolg daarvan kennen we allemaal en is zeer dramatisch voor de kinesitherapie.
Is er nog toekomst voor de kinesitherapie?
Natuurlijk is er nog toekomst voor de kinesitherapie omdat een kine zoveel zaken beheerst, dat je daar altijd iets moet kunnen mee doen. Alleen ligt het aan de kiné om een aantal van zijn kwaliteiten misschien beter te gaan benutten. Of dat al dan niet kadert of kan kaderen in de gezondheidszorg is nog te bekijken. Maar de kinesist moet in eerste instantie meer naar buiten komen, en niet meer in zijn hok werken van 's ochtends tot 's avonds. Ik geef toe dat het een manier van werken is, die gezien de honoraria wel vereist is vanuit financieel oogpunt, maar toch moet je proberen om daarnaast uw zicht en interesses te verruimen. Ga dus naar infodagen, bijscholingen, cursussen en heb buitenlandse kontakten.
Hoe zit het met de kiné binnen de sport?
Wel, dit is één van de aspecten dat ik daarnet naar voor heb gebracht. Kinesitherapeuten kunnen werkzaam zijn in sportclubs, in fitnesscentra, in zwembaden om aquatraining of aquagym te geven. Kinesisten kunnen op die manier, in goede samenwerking met een club, toch nog wat bijverdienen. Ze zouden bvb. conditietraining kunnen geven, preventieve training geven naar sporters toe, om de zoveel tijd een evaluatie maken van sporters met daarin een fysieke conditietest enz….. Als ik zie hoeveel geld er gaat naar sporters en hun trainers, is het jammer dat de kinesisten daar zo weinig van krijgen. Zij zijn uiteindelijk diegenen die er moeten voor zorgen dat die sporters functioneren. Als je weet dat kine's bij sommige clubs in hoogste divisie dat vnl. doen voor de eer, en daar financieel quasi geen vergoeding voor krijgen, dan is dat fout van de clubs maar ook van de therapeuten. Hoe wil je dat iemand je au-sérieux neemt als je akkoord bent met om het even wat. De kinesist moet naar buiten komen en garant staan voor kwaliteit, en zich daar altijd voor laten verlonen. Doe je dat niet dan zul je ook nooit respect krijgen binnen de sport, noch van het bestuur, noch van de spelers.
Wat vind U van de jongeren, zowel in de kine als in de sport?
Misschien is het wel de fout van de ouders die het hen te gemakkelijk willen maken, maar ik vind dat de jongeren van vandaag een beetje teveel gemakzucht aan de dag leggen. Het moet allemaal wat van zelf gaan, het moet voor hen gedaan worden. Dit is een algemeen beeld dat ik van de jongeren van vandaag wat heb, maar er zijn natuurlijk jongeren die zo niet zijn. Je ziet ook veel kinderen als patiënt in de kine, omdat er bij hen serieuze houdingsproblemen zijn. Ze lopen voorovergebogen, zijn atonisch en dit omdat ze veel te weinig aan sport doen en te veel voor tv, computer en andere soorten spelletjes zitten. Ook ons schoolsysteem is fout : steeds maar meer lesuren sport vallen weg voor lessen informatica en andere theoretische vakken . Alleen zullen we binnen tien jaar kinderen hebben met een groot, zwaar hoofd, maar met een lichaam dat het niet meer kan torsen. Dat zal geld kosten en dan komt de sociale zekerheid verder in de problemen en zo blijven we in een vicieuze cirkel draaien. We zouden moeten proberen die vicieuze cirkel te doorbreken door in ons schoolsysteem meer uren sport te integreren, en om daarnaast kinderen te verplichten meer te bewegen. Ze bouwen in hun jeugd immers een kraakbeenreserve op, die ze later nodig hebben om slijtageprocessen te vertragen.
Wat mij ook opvalt binnen de sport is dat kinderen niet meer luisteren. Om iets te kunnen moet je beginnen bij A, naar B gaan en eindigen met C. Kinderen nu zien Beckham en Ronaldo op tv, en willen dadelijk doen wat zij doen, dus direct naar C gaan. En daar zijn ze dan 5 jaar mee bezig want dat lukt sowieso toch nooit. Als je nooit voorbij A en B bent gegaan, lukt het niet om C te bereiken. Dat is iets wat ze niet meer inzien of willen inzien.
Hoe klasseer je jouw praktijk?
In de praktijk werken wij met drie vaste mensen, en in sommige periodes begeleiden we ook een stagiair. De drie vaste mensen zijn naast mezelf, Sofie Vanderborght en Hilde Steenacker. De praktijk focust zich vnl. op patiënten na orthopedische letsels of operaties, na trauma's. Daarnaast hebben we een relatief groot deel sportmensen in de praktijk, gaande van typische sportletsels, tot revalidatie en / of begeleiding van sporters. Cardio-patienten in hun aktieve revalidatie zijn ook regelmatig klant aan huis.
Binnen de orthopedische letsels vormen knieën ( 50 % ) en schouders ( 20 % ) ons voornaamste werkgebied, naast natuurlijk tennisellebogen, enkeldistorsies, liesletsels enz…. .
Hilde Steenacker heeft zich verder ook toegelegd op lymfedrainages, rug- en nekklachten….
Sofie Van Der Borcht bevat een beetje een amalgaam van alles ( sportkine , manuele therapie…. ). Sofie is ook een aantal jaren actief geweest binnen het voetbal, begeleiding van de jeugd en B ploeg bij KV Mechelen, en nadien ook bij een provinciale ploeg.
Hoe wil jij verder evolueren?
Sowieso is het belangrijk dat je steeds ervoor zorgt dat je praktijk gezond blijft. Dat houdt in dat je voldoende cliënteel hebt om te kunnen blijven doen wat je wenst te doen. Daarnaast zie ik mezelf meer evolueren als iemand die zich naast de praktijk, zal bezig houden met het begeleiden van sportmensen, het geven van conditietrainingen, het geven van revalidatietrainingen, enz…
Het is echter belangrijk een goed evenwicht te vinden tussen het werk in de praktijk, de privé, en het buitenwerk. Ik voel mij goed in de manier van werken die ik momenteel hanteer, dus zou ik willen verder evolueren hoe ik bezig ben.
Onder welk gezegde kan je jezelf plaatsen.
Tot nu toe zijn er 2 gezegden die mij altijd zijn bijgebleven en die ik hoop te honoreren.
Toen ik op bezoek ging bij FC Nantes, hing hun motto boven de inkom :
" Celui qui n' essaye pas continuellement de s' améliorer, cesse déjà d' être bon ".
Het tweede motto wat ik nastreef, en dat zowel in letterlijke als in figuurlijke zin kan geinterpreteerd worden is :
" Behandel steeds de anderen zoals je zelf wil behandeld worden ".
|
Revalidatietrainingen :
Naast zijn werk in de kinepraktijk, is Olivier ook verbonden aan de voetbalclub R.S.C.Anderlecht, waar hij als revalidatietrainer deel uitmaakt van de technische staf.
Dit houdt in dat hij, samen met de rest van het medisch team, er voor zorgt dat er zo weinig mogelijk problemen (blessures) zijn.
De taak bestaat uit :
1.Revalidatietraining " on the field " :
Eens de speler is opgetraind door de kinés en hij opnieuw kan lopen, is het belangrijk dat hij start met het voetbalspecifieke werk dat progressief wordt opgebouwd. Het is namelijk zo dat één van de eerste parameters die de speler verliest bij letsel de coördinatie is, en als er iets is dat een voetballer nodig heeft, dan is het wel een goede coördinatie. Vandaar dat die voetbalspecifieke revalidatietrainingen zo belangrijk zijn , en dit van zodra een speler meer dan 2 weken out is. In dit werk zitten natuurlijk ook fysieke parameters, maar als blijkt dat de basisconditie nog onvoldoende is , zal ook de fysical coach ( Eric De Haeseleer ) deze spelers nog apart trainen. Pas als de speler aan 90 % van zijn vermogen is, als hij er geestelijk klaar voor is, als de functietests positief zijn en als de revalidatietrainer oppert dat hij klaar voor is, mag de speler de groep progressief vervoegen.
2.Preventieve training :
Via stabilisatieoefeningen (core-stability), in combinatie met krachttraining (Eric De Haeseleer)
3. Opvolgen van nabehandelingen :
Spelers die een letsel hadden, maar ondertussen misschien al meedraaien in het eerste elftal, dienen nog steeds een specifiek oefenprogramma op te volgen, en dit gedurende 2 à 3 maanden nadat ze de groep vervoegden, opdat hun initieel letsel effectief 100 % genezen is. Bekijk een aantal afbeeldingen.
|